Tuut tuut tuut of shalalalilala

Een wekkerradio is gemoedelijk wakker worden.
Liever word ik uit mezelf wakker natuurlijk, maar de geluiden van de radio zorgen er altijd voor dat ik gezellig wakker word.
Soms, heel soms, zet ik het alarm op de nare piepjes.
Vanochtend werd ik wakker met nare piepjes.
Dan ben ik wel in één klap heel erg wakker, maar ik word er niet echt vrolijk van. Wordt uit mijn droom gesleurd, hup, de dag in.
Morgen weer radio.



Tenenkrommend

De eerste dag aan de telefoon op mijn nieuwe werk. Twee-aan-twee beginnen –eentje meeluisteren een eentje gesprekken afhandelen- en ik wordt ingedeeld bij nou net die ene vrouw waar ik helemaal niks mee kan. Gevoelsgewijs gezien zeg maar.

En dat blijkt al na één telefoontje. Zij raast zich door dat gesprek heen, geeft antwoorden waarvan ik me afvraag hoe ze erbij komt en na afloop staat ze totaal niet open voor een na-gesprekje over het telefoontje.

Dat gaat zo even door en na de pauze komt de begeleider vragen hoe het gaat, zo samen. Beiden geven toe dat we niet echt op één lijn zitten en dat dat het samenwerken nogal moeilijk maakt.

Vanaf toen mochten we beiden apart gaan zitten, achter een eigen computer, met klanten en problemen die we zonder elkaar op moesten zien te lossen.

Jammer voor de mensen die de pech hebben om haar aan de lijn te krijgen, maar ik ben blij dat mijn tenen uiteindelijk niet meer gekromd hoefden te worden.



Nederlaag

Ik kan er niet zo goed tegen als politici spreken van een nederlaag als er nee gestemd wordt.
Erg ongevoelig ben ik voor dat argument.
Een nederlaag.
Het klinkt zo sneu om een poging te doen om mensen met dat excuus over te halen om te stemmen.
Omdat anderen anders misschien gezichtsverlies hebben.
Nee zeggen is toch juist heel dapper?
Zoals in zoveel dingen.



Een keer in de 7 dagen komt ie vanzelf voorbij.

Het blijft een vreemde dag, die zondag. Daarom schrijf ik er wel vaker over. Zoals hier. En hier.
Daar kan de zondag zelf niet echt iets aan doen trouwens. Het komt meer door die andere dagen en de dingen die ik dan doe.

Mijn weekenden zitten zo goed als altijd vol. Met veel muziek, mensen, dansen of daartussen werken. In die avonden en nachten lijkt de hele wereld open te liggen, alles lijkt mogelijk, geen idee wie ik ga ontmoeten en met wie ik allemaal ga kletsen en wie weet hoe laat en waar de zaterdagnacht eindigt.

De zondag is voor mij vaak zo’n dipjes-dag. De spanning en de mogelijkheden lijken voorbij. Ofzo.

Sinds vorige week heb ik mezelf voorgenomen om op zondag niet meer suf op de bank te hangen vanwege het slaapgebrek dat ik ieder weekend opbouw. Zo ging ik vorige week op een terrasje eten met een vriendin. En vandaag is het plan om met wat vrienden te gaan bbq-en.

Een traditie op de zondag die ik voor mezelf nu al in ere wil houden. Even heel iets anders, terug naar de dagelijkse realiteit is eigenlijk wel zo gezond na al dat nachtleven met geheel eigen logica, waarheid en omgangsvormen.



Meester-uitstelster

Dat ben ik in vol ornaat.
Zo moet ik over ongeveer 3 kwartier op mijn fiets stappen om ergens naartoe te fietsen, vanwaar we met een auto verder gaan naar een festival in de buurt. Niet helemaal mijn ding, dat festival, maar toch wel een beetje en als je in een concertzaal werkt wordt je soms ineens gevraagd om te gaan flyeren ergens en kan je er gratis heen. Vandaar.

Maar goed.
Ik moet nog douchen, eten, bedenken wat ik in godsnaam aan zal doen.
(zoals ik eerder schreef is mijn garderobe nog niet helemaal zomer-achtig, dus ik moet echt even zoeken en passen en meten. Ook wil ik er natuurlijk wel een beetje leuk uitzien tussen al die dansende mensen, alhoewel dat we eigenlijk zoiezo fysiek onmogelijk lijkt, met dit warme weer waar mijn lichaam niet zo op gebouwd lijkt te zijn. ).

Maar ik zit hier dus op mijn gemakkie muziek te luisteren, sites te lezen en de afwas te doen.
Zodat de kans groot is dat over 3 kwartier als een gek door de felle zon moet fietsen en de dag dus bezweet en met vuurrode kop begin.

Dus laat ik maar eens onder de douche en in mijn klerenkast duiken.



Ietsisme

Zojuist las ik hier dat ietsisme een woord is dat in de volgende editie van Van Dale zal staan. Het woord sprak me zo tot de verbeelding, dat ik meteen ben gaan zoeken.
Zelf dacht ik aan een woord dat met iets te maken had. De kennis van iets. Het doen van iets. Zoiets.

Na zoeken op internet vond ik er vanalles over. Waaronder dit artikel.
Het blijkt met het geloof te maken te hebben.
Welk geloof?
Eigenlijk het non-geloof.
Het geloven in iets.
Vandaar ietsisme.

Dus.



Hoppa

De stemming na bijna een hele week training kan omslaan naar twee dingen. Totaal gebrek aan aandacht en een chagrijnig gevoel.

Maar zet twee verschillende groepen bij elkaar in een lokaal, een jolige trainer ervoor en hoppa: het ultieme schoolgevoel komt terug.

Gegrinnik, dubieuze woordspelingen op het randje, balanceren op twee stoelpoten, rake grappen, pauzes zo lang mogelijk rekken.

Een feel-good-afsluiting van een vermoeiende week, op zo’n vrijdagmiddag in een suf trainingslokaal.



Overvallen

Het zomerse weer overvalt me een beetje.
In mijn kast liggen de dikkere truien en broeken vooraan en ik moet nog diep graven naar wat luchtigere ensembles.
Mijn huid is nog heel wit en ik heb even geen idee waar mijn zonnebril is.
Maar verder ben ik geheel en volledig klaar voor de zon!



Echt? Ja, echt. Nee, dat kan niet! Tsja, het is echt zo...

Zelf probeer ik er wel vrede mee te hebben, maar de omgeving werkt niet zo mee.

Deze week is het me gewoon in 3 situaties voorgekomen dat mensen schrikken als ze het horen.
Mijn leeftijd.

En dan vraagt er iemand naar mijn leeftijd. En het niet zeggen vind ik ook zo flauw. Erover liegen kan ik ook niet.
En dan ligt het er keihard op tafel, de feiten.

Ze hadden me allemaal veel jonger ingeschat. Tussen de 8 en 4 jaar jonger. Net zo jong als hun, in vele gevallen.
Mensen zien me als een leeftijdsgenootje en gaan ook zo met me om en hoppa, ineens ben ik geen leeftijdsgenootje meer en moet er worden gezocht hoe er met me om te gaan.

Het vreemde is namelijk, dat er ineens iets verandert tussen mij en de mensen waar het mee klikt, die ineens horen dat ik veel ouder ben dan hun. Dan zit er ineens een afstand, die er daarvoor niet was.

Met sommige mensen groeit het daar overheen. Met anderen niet.

Ik vind het niks als er ineens een afstand is die er daarvoor niet was, puur door een paar nummers. Maar onbewust en gevoelsmatig werkt het zo dus. En dus baal ik van die leeftijd. En ga ik er misschien eens over liegen. Of het nog hardnekkiger verzwijgen.
Het is er gewoon eentje die niet bij me past. Het klinkt ook helemaal niet alsof ik het over mezelf heb, als ik het hardop zeg.

En deze week schrokken een paar mensen zó, dat ik het nieuwe mensen om me heen bijna niet meer aan durf te doen om het eerlijk te zeggen.



Concentratie... focus..

Het is me wat.
Die training van mijn nieuwe werk.
Het in een groep informatie tot me nemen.
Iedereen zijn of haar eigen tempo. Uiteraard zitten er een paar bij die heel veel vragen stellen, zodat alles wat ik al begrijp, nog 3 keer wordt uitgelegd.
Mijn concentratieboog is niet zo heel groot, dus na een heel lang verhaal met allemaal theorie, vind ik het zoiezo lastig om nog iets in me op te nemen.
En het specifieke computerprogramma voor dit werk lijkt voor 98% op een programma dat ik al ken, dus dat heeft niet zo heel veel geheimen voor me.

Dus het grootste deel van de tijd ben ik aan het proberen mijn gedachten erbij te houden.
Vast vooruit te lezen in wat stencils.
Te mijmeren over afgelopen weekend.
Stiekem kijkend of ik nog een smsje heb gekregen.
Mezelf weer een andere houding aan het aannemen op de te grote stoel.



Afvraagje

De vraag van gisteravond die bleef hangen: wat is eigenlijk het verschil tussen een spreekwoord en een gezegde?



Voeten die bungelen

Terwijl ik gisteren tijdens de eerste trainings- opleidingsdag van mijn nieuwe werk de hele dag mijn best deed om actief op te letten, ik heb niet altijd een even grote concentratie, dwaalden mijn gedachten zo nu en dan even af.

Het leuke weekend en de mensen die ik om me heen had kwamen allemaal even voorbij in mijn hoofd.

Mijn gedachten en aandacht werden echter voornamelijk afgeleid door de stoel waarop ik zat. Best een mooie en voor de meeste mensen zit het vast geweldig, maar deze stoel was totaal niet geschikt voor een klein meisje als ik.
Ik kan bijna nooit echt met mijn voeten bij de grond, maar bij dit exemplaar werd het me wel heel lastig gemaakt.

De drie standen die het meest praktisch bleken, waren: schuin op de stoel zitten met mijn benen naar rechts; in kleermakerszit óf met één been opgetrokken zodat die voet op het zitgedeelte stond.

En het drong ineens tot me door dat kleine mensen gewoon een stuk moeilijker charmant op een stoel kunnen zitten dan de langere medemens.



Onvoorspelbaarheid

Dat je aan het begin van de avond geen idee hebt waar en hoe laat deze zal eindigen.

Muziek. Mensen. Lichten. Dansen. Die ene die een tijdje geleden indruk op je had gemaakt ineens weer zien. Glimlach. Dansen. Beats. Mensen. Warm. Water.
Muziek uit. Licht aan.
Fiets bleek gejat. Achterop. Afterparty. Muziek. Mensen. Uitgelaten sfeer. Lasers. Sinas in theekopjes. Bankhangen in aangenaam gezelschap. Mensen kijken. Net tv.
Buiten. Frisse lucht. Daglicht. Wazige man en politie-achtervolging.
Park. Eendjes. Zonnetje.
Echte tv. Crashen op iemands bankbed. Aangenaam. Zorgeloos. Ontspannen.
Slapen doe ik later wel.



In de categorie:

"Ja hoor, ga maar precies voor mijn neus staan, doe vooral alsof ik er niet ben.”

Mensen gaan met concerten en uitgaan en andere gelegenheden waar iedereen zo’n beatje naar een plek kijkt, heel vaak precies voor mijn neus staan. Ook als het een stukje verderop niet druk is ofzo.

Hoeveel pluisjes op t-shirts en bloesjes ik op die manier al niet van dichtbij heb gezien, niet te tellen.
Ik ben er nog steeds niet over uit of ze mij gewoon over het hoofd zien omdat ik niet zo groot ben. Dat ze dus eigenlijk geen idee hebben dát ze precies voor iemands neus staan.

Of dat ik altijd gewoon de beste plekjes uitzoek en anderen daar ook willen staan. Desnoods precies voor mijn neus. Of op mijn plek eigenlijk.

Volgens mij hebben lange mensen niet eens door hoe irritant ze voor iemand neus zouden kunnen staan, omdat ze daar zelf andersom nooit last van hebben. Ze hebben geen idee hoe het voelt als je uizicht ineens volledig geblokkeerd wordt, omdat er iemand pontificaal voor je gaat staan.

Ik wen er aan. Erger me er aan. En lach erom.
En doe voor de zoveelste keer een stapje opzij.



Werkende Vrouw

Zou ik bijna vergeten om de laatste updates van mijn hectische leventje hier op te schrijven.
Nadat mijn laatste ervaring als werkende vrouw ietwat gefrustreerd en abrupt was afgelopen anderhalve week geleden, zal ik vanaf maandag weer aan het werk gaan.

In een call-center van een bedrijf.
Niet echt een droombaan, maar het houdt me bezig, uit eerdere banen blijkt dat ik het wel goed doe aan de telefoon, ik ben blij met de bijbehorende onregelmatige werktijden én het zorgt voor inkomen.
Dat moet ik toch wel een tijdje vol kunnen houden denk ik zo.
Ik ben vooral ook blij dat ik meerdere collega’s zal hebben, in plaats van 2 of 1.

Voor de leuke tijdsbesteding blijf ik daarnaast aan het werk bij mijn horecabaantje en zullen mijn weekenden en andere momenten vast weer gevuld worden met rare plannen, hectische momenten en de immer fascinerende mensheid.



Attent of neurotisch

Ben ik nou zo aardig, opmerkzaam, bemoeizuchtig, attent, egocentrisch of neurotisch dat ik altijd dingen doorgeef die anderen over het hoofd schijnen te zien?

Wc-rollen die ontbreken in een café.
Een straatlantaarn die niet brandt.
Informatie op sites die niet correct zijn.
Roosterproblemen die ik aan zie komen bij mijn vrijwilligerswerk.
Een papiertje dat iemand op tafel laat liggen.
Een knipperende lamp in de gemeenschappelijke ruimte van mijn flatgebouwtje.



Rotzooila

Voor het slapen gaan, kwam ineens de gedachte bij me op dat mijn leven lijkt op een rotzooila.

Punaises, servetjes, een pen, vergeelde briefjes met aantekeningen, boterhamzakjes, kortingsbonnen over datum, pasfoto’s, rol plakband, verjaardagskaart, sleutel van het een of ander, oud bieb-pasje, briefje met titels van liedjes, drankmuntje van een festival, ansichtkaart.

Eigenlijk is er geen samenhang tussen deze dingen. Alleen dat zij, eerder toevallig dan doelbewust, samen in deze la terecht zijn gekomen in de loop der tijd. Een samenraapsel.

Ze hebben niks met elkaar te maken en toch hebben ze een band. Een rommelige en ondefinieerbare, maar toch.

Misschien is het tijd om sommige dingen te vergeten, los te laten, te accepteren of eindelijk eens weg te gooien.



Rondwandelend verleden

En zo zat ik vanmiddag ineens op een terrasje met een nieuwe bekende waar ik in eerste instantie niks tegen te zeggen dacht te hebben, te praten over mensen die ik tot dan toe alleen van gezicht kende.

Een kleine wereld, iedereen kent elkaar altijd.
De stap tot iedereen schijnt maximaal 5 mensen te zijn en in mijn stadje lijkt die stap vaak nog veel kleiner.
Hoe langer je ergens woont, hoe meer verleden er rondloopt.
Gezichten en mensen roepen herinneringen op. Van dagen, weken, maanden of jaren geleden.
Periodes dat ik andere dingen deed, met andere mensen omging, mijn tijd anders besteedde.

Als rode draad dat ik altijd een rode draad schijn te missen, en als een kip zonder kop mijn impulsen probeer te volgen.
Vermoeiend en verrassend tegelijk.
Saai in ieder geval niet.



Verlangen

Soms zou ik willen dat ik even weer jong was.
Die leeftijd waarin je thuis woont, alles voor je geregeld wordt en je dat nog niet eens waardeert, omdat je geen idee hebt wat er allemaal te regelen valt in een leven.

Je leest een boek, vergeet de tijd en als je ouders je roepen om aan tafel te komen, ga je eten wat er voor je neus staat.
Je fantaseert over draken en prinsessen, schommelt nog wat heen en weer in de tuin en gaat op zoek naar de buurtkinderen om buiten te spelen.
Je kijkt naar leuke dingen op tv, speelt een spelletje met vriendinnetjes en vermaakt jezelf uren met een puzzel die je aan het doen bent.
Je ziet geld als iets dat je soms van familie krijgt om in je spaarpot te doen en om met een paar muntjes een snoepje mee te kopen.
Je hebt geen besef van tijd, zorgen, dagelijkse beslommeringen, geldproblemen en structuur in je leven aanbrengen.

Soms zou ik willen dat ik even weer jong was.



Gesmolten kaas bijvoorbeeld

Als iemand iets heel erg lekker vindt en iemand anders vind dat niet, is de eerste reactie vaak ik snap niet dat jij dat niet lust, dat is echt zo lekker!
Ik blijf me daar over verbazen, die uitdrukking.
Volgens mij vindt iedereen wel iets niet lekker. En bij iedereen is dat wat anders.
Zo vind ik gesmolten kaas in en op gerechten jammiejammie. Een paar vrienden van mij helemaal niet.
Ik gruwel dan weer van champignons bijvoorbeeld.
Als ik me dan voorstel dat zij gesmolten kaas zo vinden smaken als ik champignons, dan begrijp ik wat zij vies vinden aan die kaas.
Een beetje inleven is toch niet zo moeilijk.



Tafelmoment

Iemand kwam op mijn site door te zoeken op tafelmoment.
Welk een raar woord en waarom zou iemand daar naar zoeken? Inspiratie voor een gedicht? Benieuwd hoe andere mensen hun tijd aan tafel besteden? Iemand die zich enorm verveelt en gewoon maar wat intypt?

Ik bedacht me dat ik dat woord nooit gebruik. Meteen daarna bedacht ik me dat ik dat woord toch minstens een keer gebruikt moet hebben, anders was de zoeker nooit hier terechtgekomen natuurlijk.

Dus zocht ik op mijn eigen site op tafelmoment. En daar vond ik het. Een stukje over een foto van mijn zus en ik toen we jong waren en ons eigen wereldje onder de tafel hadden.

Elk ding in je leven kan een moment zijn. Soms geef je er een naam bij. Meestal is het moment gewoon daar.

Woede. Vrolijkheid. Radeloosheid. Slapeloosheid. Vreugde. Sjaggerijnig. Door de bomen het bos niet zien. Verliefdheid. Verwarring. Uitgelaten. Verrast. Bankhangmodus.

Gelukkig wisselen ze elkaar af. Zodat je diep van binnen weet dat er weer leukere momenten komen als het allemaal niet zo meezit.
Dat kan van dag tot dag en uur tot uur verschillen, die momenten.
Verwarrend soms, vermoeiend ook, maar ik probeer zoveel mogelijk midden in mijn leven te staan door alle momenten zo intens mogelijk te leven.



Alles is relatief

Dat weet ik stiekem al heel lang, maar zo nu en dan in je leven komt het ineens in mijn hoofd op.
Alles is relatief.

Tijdens een etentje gisteren met mijn twee tijdelijke bazen tijdens de eerste vier maanden van dit jaar, bedacht ik me dat zij sinds mijn recentere stomme ex-bazin waarover ik wel een boek kan schrijven ineens een stuk positiever in mijn herinnering zitten als bazen.

Net als dat je een rumoerige buurman hebt die gaat verhuizen en je denkt daar ben ik vanaf, erger kan het niet worden en het wordt erger.
En melancholisch denk je soms terug aan je eerdere buurman, die dan wel soms zijn muziek hard zette, maar verder eigenlijk een prima buurman was om naast te leven.

Ik bedoel maar.
Alles is relatief.
Alles.



Lege blaadjes

Een maand geleden schreef ik er ook over.
Dat mijn agenda steeds verder uit elkaar viel.
Ondertussen zit er al een hele rol plakband in, om alle blaadjes bij elkaar te houden.
En sinds ik een paar dagen geleden ineens die stomme baan kwijt was, staan er ook een hele hoop strepen op dagen dat ik eigenlijk moest werken en nu niet meer.

Mijn agenda was een troosteloos samenraapsel.

Dus ik heb een nieuwe gekocht.
Je moet er even goed naar zoeken, in mei staan ze niet in groten getale uitgespreid zoals als in december, maar er lag nog een verloren exemplaar in een schap.

Mijn schone lei gaat beginnen, op naar de voorspoedige tweede helft.



Sjjjjt deel 2

Gisteren was ik weer in de bios. Een klein zaaltje met weinig mensen.
Twee vrouwen waren druk aan het bijpraten voor de film, tijdens de reclame, ook de voorfilmpjes en het ging door toen de film begon. Na een paar minuten gefluister, op de achtergrond maar toch nadrukkelijk aanwezig, ben ik er naartoe gelopen.
Gevraagd of ze stil konden zijn, omdat het stoorde.
Ja, natuurlijk, sorry, we zijn nu stil.
En dat waren ze ook.
De film ontwikkelde zich als eentje waar je stil van werd. Heel beklemmend. En mooi.

Na afloop kwam een van de twee vrouwen naar me toe. Ik was toch degene die gevraagd had of ze stil wilden zijn? De kans was groot geweest dat ze anders gewoon door hadden gepraat en dat kon toch eigenlijk niet.
Dus ze bedankte me omdat ik ze erop had gewezen.

Mensen blijven me verbazen. Ten slechte en ten goede.



Op naar de volgende

Zo, dat was het dan weer bij baantje één.
Enigszins beduusd en opgelucht tegelijk liep ik deze middag van mijn inmiddels oude werk naar de bushalte toe.
Woorden zijn gezegd.
Beiden onze mening gegeven.

Ik ben blij er vanaf te zijn, want het was zo niet mijn ding, mijn werkomgeving, mijn manier van werken.

Het knaagt wel een beetje.
Omdat ik het gevoel heb dat zij van alles dat niet werkte, mij de schuld gaf.

Dat ik zelf toch ook wel had kunnen inschatten dat uiterlijk belangrijk was 'bij de soort functie en verantwoordelijkheid die daarbij hoort'.
Nou nee, zolang jullie er niet over beginnen, ga ik er niet vanuit dat het iets uitmaakt.
Dat het niet aan haar manier van inwerken kon liggen, dat ik sommige dingen traag oppakte, aangezien dat bij eerdere twee mensen wel goed ging.
Alsof iedereen precies hetzelfde is en leert.. dacht het toch niet..
Dat sommige dingen heel logisch waren, raar dat ik die niet doorhad.
Ja hallo, bij iedere baan horen andere afspraken en verwachtingen, daar is weinig universeels aan, zo'n dingen moet je afspreken, niet er vanuit gaan dat ik weet hoe zij het wil.

Ik heb al vele banen gehad en ben er steeds om verschillende redenen weggegaan, maar altijd waren ze enthousiast om me en vonden ze het jammer dat ik ging.
Behalve vandaag dus.
Even sputteren nog en het allemaal laten bezinken en dan kan ik weer verder.

Ik ga weer eens een nieuw pad in.
De zoektocht naar nieuw werk begint morgen en ik ben een optimist tot het tegendeel bewezen wordt.



Sjjjjt

Sommige mensen kunnen het niet.
Of hebben niet door dat nogal gewenst is door de omstanders.

Stilzijn tijdens de film in de bioscoop.

Fluisteren soms, dat kan gebeuren en nodig zijn.

Maar ineens hardop iets zeggen dat iedereen kan zien.
He, dat is dezelfde man.
Kijk eens naar die koplamp.


Dat wekt een hartgrondige sssssssjjjjt bij me op.



Ik alleen met mijn gedachten

Wat de ene dag belangrijk is, kan dat een dag later ineens niet meer zijn.
Iets vraagt je aandacht op zo’n manier dat al het andere naar de verre achtergrond verdwijnt.
Wat een paar dagen geleden nog in je hoofd rondspookte, lijkt nu ineens weggevaagd.

Gezichten komen bij je naar boven, gebeurtenissen, de dingen die komen gaan, verbanden, gedachtes, oorzaken en hun gevolg, de dingen die geweest zijn, oplossingen.
Wat was de vraag ook alweer?

De tijd tikt verder en ik ga mee.
Uren die dagen lijken te duren en uren die in een paar minuten voorbij lijken te zijn gegaan.

Tussen de mensen, maar toch een afstand.

Ik alleen met mijn gedachten, rondslingerend als in een felle storm.



Dobberen in de tijd

Om erachter te komen waar ik vorig jaar rond deze tijd mee bezig was, moet ik mijn agenda pakken om die dagen op te frissen in mijn geheugen.
Om erachter te komen wat ik volgend jaar aan het doen ben rond deze dagen, zal ik 365 verder moeten leven en gewoon afwachten.

Nu is echter nu.
Dag ene vrijwilligersbaan.
Hallo nieuw ene baantje.

En twijfels, hoofdpijn, raadsels en kopzorgen om dat andere baantje.
Er gaat iets mee gebeuren, een oplossing of stap zal worden gezet.
Zo zit het leven in elkaar, alles gaat altijd verder en door.

Nu zit ik er nog midden in.
In zo’n stuurloos bootje dat midden op een grote zee aan het dobberen is.
Om me heen kijkend en geen idee welke kant uit te gaan.

Ik dobber nog even verder tot ik ergens tegenaan bots.



Baan twee is dan wel erg leuk

Gisteravond was mijn derde inwerkavond van baantje twee.
Het baantje dat ik doe in de concertzaal waar ik al ruim anderhalf jaar erg actief vrijwilligerswerk aan het doen ben.
En sinds deze week een nieuwe werkgroep, waarvan een gedeelte betaald wordt.

In sommige opzichten ben ik zo’n laatbloeier, vooral als het er op aankomt wat ik leuk vind om te doen.

Ik vind het namelijk echt veel leuker dan verwacht, baantje twee!

Biertjes tappen, kletsen met de mensen, meedeinen op de muziek, bierflesjes openmaken, dankbaar glimlachen als de dronken jongen aan de zijkant me een stapel lege glazen aangeeft, rare mix-drankjes maken, er de humor van inzien als ik tot twee keer toe een heel ander drankje versta en maak dan dat de jongen bedoelt, erachter komen dat het wisselgeld terugtellen makkelijk gaat dan ik had verwacht, na twee rondjes weten wat de jongen in het zwarte shirt komt bestellen, rare dansjes doen met de mede-bar-jongen, een volle fles spa rood op mijn teen laten vallen, als iedereen naar huis en alles gepoetst is met een tevreden gevoel nog wat nakletsen met de collega’s.

Tuurlijk weet ik dat er avonden zullen komen dat ik me afvraag wat ik daar aan het doen ben. Inwendig sta te vloeken omdat er niemand aan de kant ga als ik er met mijn armen vol lege glazen langs wil.
Er van zal balen als ik het zoveelste drankje verkeerd versta en iets verkeerds ga maken.
Het zo druk kan zijn dat mensen ongeduldig aan de bar mijn aandacht proberen te trekken.

Maar de eerste avonden waren leuk en gingen goed en dat lijkt me een mooi begin.

En ik had echt niet verwacht dat ik ooit nog barvrouw zou worden.



Waarom ik van schijnbaar leuk werk ineens door de bomen het bos niet meer zie.

Als therapeutische afschrijf-gebeurtenis is het een heel lang stukje geworden. Dus ik begrijo best als je dit niet helemaal leest, lieve lezer(es) ;) Maar ik ben het in ieder geval even kwijt.

Of ineens… Het is zo dat ik door bepaalde opmerkingen gisteren van mijn bazin/oprichtster ineens al die andere negatieve dingen toeliet.
Het is een hele kleine organisatie, ik ben de enige betaalde medewerkster. De rest van het werk wordt gedaan door de oprichtster, bestuursleden en vrijwilligers.
Om het ’n beetje anoniem te houden: ze organiseren vakanties voor specifieke doelgroepen. Tijdens die weken is het de bedoeling dat ik er iedere dag aanwezig ben om daar het aanspreekpunt te zijn. Vorige week hoorde ik dat ik dan een witte bloes aan moet met het logo van de stichting. Hekel aan bloezen en aan witte kleren, maar hé, ik begrijp dat het fijn is als alle medewerkers er herkenbaar uit zien.

Gisteren kwam het gesprek er ineens op dat ze wel verwachten dat ik mijn sieraden uitdoe tijdens die weken en andere representatieve gelegenheden. Mijn sieraden zijn: 2 oorringen, ’n piercing in mijn oor en ’n klein knopje-piercing onder mijn lip. Die twee laatste kan je niet ‘even zomaar uit doen’. Dat viel nogal rauw op mijn dak. Ik vond het ook raar dat ze er tijdens de sollicitatie niet al over begonnen waren, aangezien representativiteit blijkbaar erg hoog staat bij ze. Zij vond het zo raar om er toen meteen over te beginnen. Dat is minder raar, dan dit nu ineens te zeggen en erbij te zeggen dat ik wel moet weten of ik ze wil uitdoen of niet voor de evaluatie na de maand proeftijd..

Oftewel: uitdoen en baan houden, of inlaten en die baan niet meer.
Vervolgens begon ze over leeftijd en bepaalde fases in je leven en dat je dan keuzes moet maken. Het is toch aan mij wanneer ik die bepaalde fases bewandel en welke keuzes ik dan maak.

De grote vraag is: ga ik mijn sieraden uitdoen voor deze baan? Omdat ik me afvraag of deze baan het waard is. Wat ik gisteren op de fietstocht van 40 minuten naar huis allemaal op een rijtje zette voor mezelf:

Ik voel me er niet welkom. Helemaal niet fijn als je met zijn tweetjes in een kantoortje aan huis zit.
Zij gaat er bij veel dingen automatisch vanuit dat ik ze doe. Dat wordt niet gevraagd of overlegd, maar me mede gedeeld. Of ik voortaan een kwartier eerder kan komen, zodat we op tijd bereikbaar zijn. Oh ja, iedere twee weken is er ’s avonds een bestuursvergadering (onbetaalde uren), daar moet ik bij zijn. Er moest een pakketje bij iemand in de stad afgeleverd worden, hier is het adres, kan je er straks meteen langsfietsen na je werk.
Ze vergeet mijn naam steeds. Nu ben ik zelf de slechtste ter wereld in namen, maar zij weet iedereens naam en onthoudt alles (merk ik aan telefoongesprekken) en mijn naam onthoudt ze maar niet. Over welkom voelen gesproken.
En last but zeker not least: het verdient zo slecht, dat is naast mijn tweede (leuke!) baantje er waarschijnlijk nóg een bronnetje van inkomsten bij moet zoeken om enigszins rond te komen.

Wees niet ongerust allen, ik laat het nog even bezinken en ga geen overhaaste conclusies trekken.
Maar op dit moment vraag ik me af waar ik het allemaal voor doe.



Gdvrdgdvr

Aaaaarghgtmblhmpf.
Nee, het zit me niet lekker allemaal.
Werk deze keer.
Verwachtingen.
Een bepaalde mate van representativiteit die schijnbaar van me verlangd gaat worden, maar dat hoorde ik vandaag pas. En het is een representativiteit waarvan ik me afvraag of ik me daaraan kan en wil aanpassen.
Er wordt steeds meer van me gevraagd. En het wordt niet eens echt gevraagd, het wordt me verteld. Men gaat er vanuit dat ik dat allemaal doe.
En dat tegen een heel lage loon, zo laag dat ik naast dat tweede baantje, eigenlijk nog een extra dagje ergens zou moeten werken om een beetje rond te komen.
Het leek me zo fijn om voor iets goeds te werken, maar vandaag zie ik het positieve er even niet meer in.
Wat het allemaal waard is.
Nu snel op weg naar baantje twee en het dan even laten bezinken, deze werkdag met vervelende gesprekken allemaal.
Ik weet het allemaal even niet meer.



Make-up en regen

Ik heb het me al eens eerder afgevraagd. Maar toen ik gisteren in de stromende regen van hier naar daar fietste, kwam het weer eens naar boven.
Hoe doen vrouwspersonen dat toch, die altijd een berg make-up op hebben? Kleertjes netjes in de plooi, haren helemaal perfect gekapt.
Fietsen die nooit? Of nooit in de regen? Hebben ze een vriendje/ouder/huisgenoot/vriendin die hun overal met de auto wegbrengt zodra de zon niet schijnt? Of fietsen dat soort mensen zoiezo niet?



Jongens..

Dit weekend kwam het gesprek er weer eens herhaaldelijk op. Met verschillende mensen.
En het is echt zo.
De leuke jongens hebben óf een vriendin óf bindingsangst. Dat eerste is jammer, vooral als je dat niet meteen door hebt. Maar het is niet anders.
En het tweede begint steeds irritanter te worden, vooral omdat ze het zelf niet door hebben. Of willen hebben. Of ik het niet wil geloven. Of denk dat het wel meevalt.
Het is wat.

Vroeger, toen was het pas makkelijk.
Kwam er een leuke jongen op een wit paard voorbij hobbelen en dan keek hij in jouw ogen en jij in de zijne en hoppa: de rest van je leven was je samen.

Maak dat nog maar eens mee in deze tijd.



Het is maar een getal..

Dit weekend was weer zo’n memorabele. Vol vertier ende vermaeck, extra veel gezelligheid en bekende gezichten en mensen overal doordat er veel te doen was aangezien er een feestdag was.

Van een meisje dat ik voornamelijk ken van vaak tegenkomen overal, hoorde ik dat zij en een paar anderen pas helemaal verbaasd waren toen ze hoorden wat mijn leeftijd is. Daar ben ik ondertussen aan gewend, vind mezelf ook niet helemaal passen bij mijn leeftijd. Zie er gewoon jonger uit. Het complimentje dat het opleverde, vond ik het een erg positieve draai geven. Dat de meisjes in het gezelschap hoopten er net zo jong uit te zien als ik nu tegen de tijd dat zij ouder waren.

Later in dat weekend raakte ik aan de praat met o.a. twee jongens en ook daar kwam leeftijd ter sprake. Dat leverde een welles-nietes-spelletje op, maar de feiten waren er gewoon natuurlijk.

Nu klinkt dertig waarschijnlijk ook niet zo heel geloofwaardig als je als klein, vrolijk, wakker meisje om 6.00u in de ochtend buiten met wat mensen aan het praten bent, zwevend tussen einde uitgaan en slapen.